Hof Amsterdam: deelnemer ‘Mr. Frank Visser Doet Uitspraak’ kan toestemming tot deelname niet intrekken

Een interessant arrest voor de tv-wereld; kan een kandidaat in een tv-programma zijn/haar toestemming om mee te werken intrekken?

Appellant (laten we hem Hans noemen) heeft deelgenomen aan het programma “Mr. Frank Visser Doet Uitspraak”, omdat hij ruzie had met zijn buren wegens wateroverlast. Voordat het programma werd opgenomen, heeft Hans een binden adviesovereenkomst getekend, waarin hij verklaart zich te onderwerpen aan het reglement van het programma. Na de behandeling van de zaak besluit mr. Frank Visser in zijn bindend advies dat de vorderingen van Hans niet worden toegewezen en dat hij moet stoppen met het pesten en lastigvallen van zijn buren. Dat houdt ook een gebiedsverbod in, dat ook betrekking heeft op een deel van het eigen perceel van Hans. Hans probeert ier in verschillende procedures iets aan te doen, maar verliest. Vervolgens vordert hij van SBS in kort geding dat de opnamen van de zaak niet worden uitgezonden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitzending wel mag worden uitgezonden, omdat Hans gebonden is aan het reglement, waarin besloten ligt dat hij toestemming geeft voor uitzending. Daarnaast vormen de beelden van de uitzending geen reden om de uitzending te verbieden en wordt Hans niet dusdanig belachelijk gemaakt dat dat een verbod rechtvaardigt.

Na dit vonnis zendt SBS de aflevering over de burenruzie op 14 november 2016 uit. Opmerkelijk hierbij is dat SBS volgens het vonnis tijdens de zitting  had verteld dat de uitzending pas op 19 december 2016 op tv zou komen. Hans gaat in hoger beroep, mede om heruitzending te voorkomen, en voert onder meer aan dat SBS bewust een andere datum heeft gezegd om hem te dwarsbomen. Het hof gaat hier niet in mee, omdat het SBS vrij staat de planning te wijzigen.

Hans voert vervolgens aan dat hij een laag IQ heeft en daardoor niet in staat was de bindend adviesovereenkomst aan te gaan. Ook hier gaat het hof niet in mee: “De wil van [Hans, red.] tot het sluiten van de bindend adviesovereenkomst kan slechts dan geacht worden te hebben ontbroken indien zijn geestvermogens blijvend of tijdelijk waren gestoord en die stoornis een redelijke waardering van de betrokken belangen belette”. Hiervan is geen sprake, waardoor de bindend adviesovereenkomst in stand blijft. Ook vindt het hof het argument van Hans dat mr. Visser hem niet eerlijk heeft behandeld door niet voldoende naar zijn verhaal te luisteren, niet overtuigend: “Voor zover het bezwaar van [Hans, red.] tegen de uitzending van de aflevering erin gelegen is dat hij ongelijk heeft gekregen, stuit dit bezwaar af op het feit dat het inherent is aan een programma als ‘Mr. Frank Visser Doet Uitspraak’ dat een van beide partijen in het ongelijk gesteld wordt”.

Volgens Hans kan SBS geen beroep doen op artikel 10 EVRM, de vrijheid van meningsuiting, en dient dat artikel bij de afweging van de belangen buiten beschouwing te blijven, omdat de aflevering in essentie niet veel anders omvat dan de oordeelsvorming en de uitspraak van mr. Visser. Dit standpunt veegt het hof van tafel door te stellen dat er volgens de Grondwet geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een tv-programma bestaat, en dat dit ook in strijd zou zijn met artikel 10 lid 2 EVRM.

Hans heeft een overeenkomst getekend waarmee hij toestemming gaf voor uitzending en hij heeft zichzelf voor het programma aangemeld. Hieruit volgt dat hij voorafgaand aan het aangaan van de bindend adviesovereenkomst al bekend was met de aard van het programma en zich daardoor bewust was van wat zijn toestemming voor uitzenden betekende. De aantasting van de privacy van appellant is daardoor niet onredelijk, en belang bij vrijheid van meningsuiting van SBS prevaleert en SBS mag het programma dus blijven uitzenden.