Picnic moet Verstappen 150k betalen voor look-a-like reclame

Online supermarkt Picnic moet Max Verstappen 150.000 Euro betalen voor het gebruik van een look-a-like Verstappen in een reclame, zo bepaalde de rechtbank Amsterdam op 25 april.

Eerder was Picnic al veroordeeld de schade te vergoeden; de hoogte daarvan moest nog worden bepaald.

Als je op tijd bent, hoef je niet te racen” – luidde de nieuwe commercial van Picnic. De commercial toont een lookalike van Max Verstappen, waarbij de coureur in een bezorgbus een pitstop maakt langs het distributiecentrum van Picnic, om vervolgens de boodschappen bij klanten aan huis te bezorgen. Picnic speelt daarmee in op de reclamecampagne van supermarkt Jumbo met Max Verstappen.

De rechtbank oordeelde dat de in de commercial gebruikte lookalike kwalificeert als een portret van Max Verstappen, nu de lookalike “alle karakteristieke kenmerken van het portret van Max Verstappen – waaronder dezelfde pet, raceoutfit, haarkleur, hetzelfde silhouet en postuur” vertoont. Picnic moest Verstappen’s schade vergoeden.

Verstappen wint dus, maar moet nog onderbouwen welke schade hij heeft geleden.

Verstappen brengt twee rapporten in het geding van marketingdeskundigen, die op vergoedingen van € 600.000 en € 250.000 komen. Ook wijst hij er ter vergelijking op dat hij voor het meewerken aan een bedrijfsopening een bedrag van € 100.000 heeft ontvangen.

De rechtbank vindt dat Picnic “niet [kan] worden verweten dat de commercial van Picnic viral is gegaan en nog altijd via diverse websites beschikbaar is. Het is aan Verstappen om tegen het gebruik op internet van deze onrechtmatig geoordeelde commercial op te treden, mede in het kader van zijn schadebeperkingsplicht.” De opslag die de marketingdeskundigen daarvoor in hun rapporten toepassen volgt de rechtbank daarom niet.

De rechtbank schat de schade dan op 150.000 Euro: “Bij de begroting van de schade wordt enerzijds rekening gehouden met hetgeen Verstappen volgens de in het geding gebrachte rapporten van de marketingdeskundigen – waaruit een globale onderbouwing volgt van het exploitatiebelang van Verstappen in het economisch verkeer – voor een dergelijke reclame-uiting als vergoeding zou kunnen bedingen. Ook weegt mee dat Verstappen voor de medewerking aan een bedrijfsopening concreet een bedrag van € 100.000,00 heeft ontvangen. Anderzijds wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat van de zijde van Verstappen geen enkele inspanning is verleend aan de totstandkoming van de commercial. Tevens is van belang dat Picnic naar voren heeft gebracht dat Verstappen  voor zijn medewerking aan Jumboreclames volgens de publicatie in Metro ongeveer € 300.000,00 per jaar verdient, waarop Verstappen slechts naar voren heeft gebracht dat hij dit bedrag niet erkent. Ten slotte wegen alle omstandigheden van dit concrete geval mee waaronder ook de beperkte duur van publicatie door Picnic. In het licht hiervan begroot de rechtbank de vergoeding voor het onrechtmatige gebruik van het portretrecht van Verstappen  voor commerciële doeleinden door Picnic schattenderwijs op € 150.000.