Tripje New York, vanaf……

ving1 Het Europese Hof van Justitie heeft eerder deze maand geoordeeld over het adverteren met “vanaf”-prijzen. Het ging om een Zweeds reisbureau Ving dat in 2008 in een Zweeds dagblad pakketreizen naar New York promootte met “New York vanaf 7.820 SEK“, en daaronder in kleinere letters “Vluchten vanaf Arlanda met British Airways en twee nachten in het Bedford-hotel – prijs per persoon in een tweepersoonskamer, inclusief luchthavenbelasting. Extra nacht vanaf 1 320 SEK. Voor geselecteerde reizen in de periode september- december. Beperkt aantal plaatsen.”, waarbij het telefoonnummer en de website van Ving werden genoemd.

Volgens de Zweedse Konsumentombudsman betreft deze reclame een uitnodiging tot aankoop die een misleidende omissie bevat, aangezien er onvoldoende informatie zou worden gegeven over de voornaamste kenmerken van de reis, met name de prijs. Volgens Konsumentombudsman moest Ving een vaste prijs, in plaats van een vanafprijs vermelden. Daarnaast diende Ving de reiskenmerken nauwkeuriger in de advertentie te adverteren. De zaak belandde bij de Zweedse rechter, die het Hof van Justitie uitlegvragen stelde over de Europees geharmoniseerde regels inzake oneerlijke handelspraktijken. En dan wordt het juridisch…..

Het richtlijnbegrip “uitnodiging tot aankoop”

Het gaat in deze zaak over de reikwijdte van de bijzondere reclamevorm “uitnodiging tot aankoop“, waarvoor op grond van de richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (“OHP”), die ook in de Nederlandse wet is geïmplementeerd, een verzwaarde informatieplicht geldt. Als een reclame een uitnodiging tot aankoop is, dient daarin nogal wat informatie te worden vermeld: de voornaamste productkenmerken; het adres en de identiteit van de handelaar; de prijs met belastingen, of als de prijs niet vaststaat, de manier waarop die wordt berekend, plus eventuele transportkosten; de wijze van betaling, levering, uitvoering en het klachtenbeleid als die afwijken van de vereisten van professionele toewijding (wat dat ook moge zijn); en tot slot voor producten en transacties met recht op herroeping/annulering, het bestaan van dit recht. Wat de productkenmerken betreft, geldt specifiek de nuancering dat rekening wordt gehouden met het communicatiemedium.

De richtlijn OHP definieert een uitnodiging tot aankoop als een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen. De Zweedse rechter wil graag van het Hof weten of daarvan slechts sprake is als er een daadwerkelijke mogelijkheid bestaat om het geadverteerde product te kopen, of dat het al genoeg is als de productinformatie en de prijs voor de consument volstaat om een besluit over een aankoop te nemen. Het Hof kiest voor het laatste en overweegt dat het begrip uitnodiging tot aankoop niet restrictief moet worden uitgelegd. De reclame hoeft van het Hof niet een daadwerkelijke mogelijkheid tot aankoop te bieden (denk bijvoorbeeld aan een reclamefolder met bestelformulier) en hoeft ook niet toegang tot een dergelijke mogelijkheid te bieden. Het enkele noemen van product en prijs, zoals in veel reclames, zou dus al de hiervoor genoemde verzwaarde informatieplicht met zich mee kunnen brengen.

De vanafprijs

Dan is het de vraag of het vermelden van een vanafprijs (al) met zich mee kan brengen dat sprake is van een uitnodiging tot aankoop. Of is daarvan alleen sprake als een definitieve prijs wordt vermeld? Nee, zegt het Hof, ook met een vanafprijs kan sprak zijn van een uitnodiging tot aankoop, en dus van het verzwaarde informatieregime. Zou dat niet zo zijn, dan zouden handelaren dit informatieregime immers makkelijk kunnen omzeilen door slechts vanafprijzen in hun reclames te vermelden. Wel is het aan de nationale rechter om na te gaan of, gelet op de aard en de kenmerken van het product en het communicatiemedium, de consument inderdaad op basis van een vanafprijs een besluit over een aankoop kan nemen.

En als een reclame met een vanafprijs geldt als uitnodiging tot aankoop, is met het vermelden van die vanafprijs dan voldaan aan het prijsinformatievereiste, zo wil de Zweedse rechter ook weten. Het Hof oordeelt dat het enkele gegeven dat een vanafprijs wordt genoemd, op zichzelf niet als een misleidende omissie kan worden beschouwd. Het is weer aan de nationale rechter om vast te stellen of het (slechts) vermelden van een vanafprijs volstaat. Met name moet de rechter nagaan of de weglating van de berekeningswijze van de definitieve prijs de consument belet om een geïnformeerd aankoopbesluit  te nemen. Ook in dit kader moet de rechter rekening houden met de beperkingen van het communicatiemedium, de aard en de kenmerken vanhet product en bovendien de andere maatregelen die de handelaar heeft genomen om de prijsinformatie ter beschikking van de consument te stellen.

De productkenmerken

Wat betreft het vereiste om de productkenmerken in een uitnodiging tot aankoop te vermelden, vraagt de Zweedse rechter zich af of het voldoende is om in woord of beeld naar het product te verwijzen, waaronder de situatie dat met één enkele aanduiding wordt verwezen naar een product dat in verschillende uitvoeringen wordt aangeboden. Ja, dat kan voldoende zijn, aldus het Hof, maar wederom is het aan de nationale rechter om in concrete gevallen vast te stellen, rekening houdend met alle hiervoor al genoemde omstandigheden, of de consument voldoende over de kenmerken is geïnformeerd.

Tot slot is nog de vraag aan de orde of de adverteerder in een uitnodiging tot aankoop kan volstaan met slechts het noemen van een aantal van de voornaamste productkenmerken en overigens kan verwijzen naar een website met alle van belang zijnde informatie. Het antwoord van het Hof zal inmiddels niet meer verbazen: ja dat kan, maar het is aan de nationale rechter om vast te stellen of met de verstrekte productinformatie de consument een geïnformeerd besluit over een aankoop kan nemen.

Conclusie

Dus wat weten we nu over de uitnodiging tot aankoop? Dat dit begrip anders dan wel werd aangenomen (oa in de Nederlandse Reclamecode) niet restrictief moet worden uitgelegd, dat advertenties met vanafprijzen hier ook onder kunnen vallen, terwijl het noemen van vanafprijzen niet betekent dat niet aan de geldende prijsinformatieplicht is voldaan. Bovendien hoeven de (voornaamste) productkenmerken niet per sé heel uitgebreid en niet allemaal te worden genoemd, maar kan het verwijzen naar een website met nadere informatie onder omstandigheden ook voldoende zijn.

Na al dit juridisch geweld zou je bijna de casus vergeten waar het hier om ging. Kan de reclame van de Zweedse reisaanbieder door de beugel? Is de consument voldoende over de prijs en kenmerken van het tripje naar New York geïnformeerd? Tja, ik durf het bijna niet te zeggen………het is aan de Zweedse rechter om dit op basis van de welbekende ‘relevante feiten en omstandigheden’ vast te stellen. Het is goed mogelijk dat de advertentie als een uitnodiging tot aankoop geldt, maar gezien de ruimte die het Hof aan de Zweedse rechter laat om zelf te beoordelen of aan alle informatiecriteria is voldaan, is er hoop voor Ving.