Bestuur Huis voor Klokkenluiders stapt op na kritisch rapport

Het Huis voor Klokkenluiders ligt al sinds de oprichting in 2016 onder vuur. Zo bleek er een medewerker van de AIVD gedetacheerd te hebben gezeten bij het Huis, waren er signalen dat het Huis de werkdruk niet aankon en stapte de bestuursvoorzitter eerder dit jaar op, kennelijk na onmin binnen het bestuur. Voormalig topambtenaar Maarten Ruys kreeg de opdracht het functioneren van het Huis te onderzoeken. In zijn rapport, dat vandaag is gepubliceerd, trekt hij stevige conclusies over het Huis.

Ruys constateert een groot aantal problemen, waaronder:

  • er is “geen synergie” tussen verschillende medewerkers en het bestuur van het Huis. Ook is er “geen draagvlak” bij medewerkers voor het huidige bestuur;
  • er zijn “stevige individuele opvattingen” bij de leden van het bestuur over de koers van het Huis die leiden tot “verschillen van inzicht”. Een bestuurder schrijft in een interne e-mail dat “dit bestuur een substantieel onderdeel van het totale probleem” is;
  • de samenwerking tussen de afdelingen Advies en Onderzoek in het Huis verloopt moeizaam, er is sprake van “verstoorde persoonlijke relaties tussen afdelingen en tussen individuen onderling”. Medewerkers van de afdeling Advies “twijfelen aan de betrokkenheid van collega’s van andere afdelingen bij (de problemen van) klokkenluiders”, terwijl medewerkers vanuit de afdeling Onderzoek de bejegening vanuit de afdeling Advies als “diskwalificerend” ervaren;
  • er bestaan grote meningsverschillen over de toe te passen criteria voor de beoordeling of een verzoek tot het doen van onderzoek ontvankelijk is;
  • er is te weinig capaciteit en (deels) te weinig aandacht voor externe profilering.

Ruys concludeert dat er een ‘herstart’ nodig is van het Huis. Hij adviseert het huidige bestuur af te treden en het huidige personeelsbestand ‘door te lichten’. Inhoudelijk adviseert hij het Huis meer aandacht te hebben voor de positie van klokkenluiders en in het bijzonder het ongelijke speelveld waar klokkenluiders zich op bevinden (het is overigens opmerkelijk dat een externe partij het Huis hier op moet wijzen). Ook adviseert hij een Raad van Advies op te richten.

Het bestuur heeft zijn adviezen ter harte genomen en heeft aangekondigd per 8 januari 2018 af te zullen treden. Minister Ollongren heeft prof. dr. Erwin Muller (Universiteit Leiden) aangewezen als interim-voorzitter met als voornaamste taak het implementeren van de adviezen van Ruys.

Zoals hier eerder is betoogd blijft de beste rechtsbescherming voor klokkenluiders volgen uit artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting/informatie). Ook (en juist) in arbeidsgeschillen dient dit artikel een cruciale rol te spelen. Zie in meer detail het artikel “Bescherming van klokkenluiders onder artikel 10 EVRM” van Jens van den Brink en Emiel Jurjens.

Het bestaan van het Huis kan in dat kader paradoxaal genoeg in het nadeel van de klokkenluider werken, omdat onder artikel 10 EVRM één van de wegingsfactoren is of er plekken bestaan waar de klokkenluider met zijn klacht terecht kan, anders dan de media. Dit onderwerp kwam ter sprake in het recente symposium ‘Het Klokkenluidersdilemma’, waarbij onder meer aan de orde kwam dat een dergelijke, voor de klokkenluider nadelige, weging wrang zou zijn omdat het Huis zeer stroef functioneert. De hier eerder opgeworpen vraag of het Huis klokkenluiden niet juist lastiger maakt blijft dus, ook door de ontwikkelingen van vandaag, nog steeds actueel.